Communicatietips
- Kijk de plots- of laatdove aan als u met hem/haar wilt praten.
- Benader de plots- of laatdove niet onopgemerkt van achteren; de plots- of laatdove hoort u niet aankomen en zal zeer waarschijnlijk schrikken.
- Praat duidelijk, articuleer zonder te overdrijven.
- Praat langzaam, want de plots- of laatdove moet van uw mond aflezen wat u zegt.
Een kopje of hand voor de mond is dan ook uit den boze. Een pijp, sigaar of sigaret ook.
- Schreeuw niet, want dat helpt toch niet.
- Wees duidelijk en direct, vertel wat u wilt zeggen zonder veel omhaal, zonder veel bijzinnen en omwegen.
- Spring niet van de hak op de tak, want dan moet de plots- of laatdove te snel overschakelen.
- Word niet boos of verlegen wanneer de plots- of laatdove u niet onmiddellijk begrijpt.
Herhaal dan nog eens wat u hebt gezegd, of zeg het met andere woorden.
- Schrijf woorden die niet of moeilijk te raden zijn, even op. Namen en adressen zijn heel moeilijk af te lezen, en getallen ook.
- Zeg niet: "Oh, dat is niet belangrijk!", of "Oh, dat vertel ik je straks wel."
Als u dat doet, beslist u wat de plots- of laatdove wel of niet moet weten. Een plots- of laatdove wil zelf graag beoordelen, of iets wel of niet belangrijk is.
- De plots- of laatdove kan de sterkte van zijn eigen stem niet meer afstemmen op het omgevingsgeluid.
Vraag hem of haar gerust wat harder of zachter te praten als dat nodig is.
- Gun de plots- of laatdove af en toe een rustpauze. In een gesprek, in een discussie. Maar zeker bij ruzies of onenigheid.
De plots- of laatdove kan zo moe worden van de communicatie, dat hij of zij dan niet meer kan opnemen wat er gezegd wordt.