Behandeling van plots- en laatdoofheid
Behandeling van plots- en laatdoofheid is slechts beperkt mogelijk. Vaak betekent doof worden er mee leren leven. In een klein aantal gevallen treedt spontaan (een gedeeltelijk) herstel op. Veel behandelingsmogelijkheden zijn bedacht en verworpen omdat ze weinig zinvol bleken. Soms wordt bij plotseling gehoorverlies bedrust in combinatie met bloedverdunners (aspirine) of corticosteroïden (prednison) toegepast. In alle gevallen is het van essentieel belang om bij het optreden van plotselinge doofheid direct naar de arts te gaan.
Als er bloedverdunnende middelen worden voorgeschreven zijn die bedoeld om de doorbloeding van de bloedvaten in het binnenoor te bevorderen. Mogelijk kan sprake zijn van een vernauwing van de bloedvaten of trombose. Corticosteroïden worden toegepast als er sprake is van een virusinfectie als oorzaak van het plotselinge gehoorverlies.
Met een cochleair implantaat wordt de gehoorzenuw geprikkeld zodat op opnieuw klanken, geluiden en spraak kan worden waargenomen.







