Persoonlijke ervaringen
Kees Both: Zesde rondzendbrief
Aan een aantal vrienden en bekenden.
Hoevelaken, 25 oktober 2004 ,
Afgelopen zaterdag ben ik alweer thuis gekomen, twee dagen eerder dan aanvankelijk gepland. De operatie is goed gegaan. Ik werd, toen ik eenmaal opgenomen was in het UMC Utrecht en in het onderzoekscircuit ter voorbereiding van de operatie zat, rustiger dan dat ik daarvoor was. Op de operatietafel liggend, vlak voordat ik onder zeil ging, was ik behoorlijk ontspannen. Ik maakte toen zelfs nog een opmerking tegen de chirurg, dr. van Olphen, die naast me ging zitten: "Op het moment suprême van de operatie roept u maar 'Effatha' " ( = 'word geopend', een woord dat Jezus uitsprak bij de genezing van een doofstomme; voor wie het na wil lezen: Marcus 7 vers 34). Hij snapte het, stak zijn duim op.
De dagen voor de opname werd ik juist steeds nerveuzer, terwijl ik daarvoor nog op de vraag of ik er erg tegenop zag antwoordde dat je nergens zo goed bewaakt wordt dan als patiënt op een operatiekamer en dat het een stuk veiliger is dan op straat fietsen. Stoere taal dus, die de dagen voor de operatie niet meer te horen was. Vervelend was de geconstateerde te hoge bloeddruk, die binnen tien dagen met behulp van pilletjes naar beneden gebracht werd, maar het was intussen wel een extra bron van spanning en onzekerheid. Elke kno-arts vertelt je ook dat er een risico is dat bij een operatie de aangezichtszenuw geraakt wordt met als resultaat een scheef gezicht, maar dat dit zelden voorkomt. Maar je zal maar die ene uitzondering zijn!
Even nog was er op het laatste moment sprake van mogelijk uitstel omdat het betreffende implantaat niet op tijd aangekomen was, maar dat probleem werd gelukkig nog net op tijd opgelost. Teleurstellend was wel dat mijn linkeroor - het oor dat het langst het best heeft gewerkt - niet in aanmerking kwam voor het implantaat. Daar waren teveel risico's aan verbonden. Het uiteindelijk resultaat is dat het implantaat in mijn rechteroor zal moeten. Daar komt nog bij dat er in het slakkenhuis van het rechteroor door een kleine vergroeiing 17 in plaats van 20 elektroden geschoven konden worden. Volgens de arts hoeft dat niet zoveel uit te maken wat het resultaat betreft. Er zijn vele factoren die meespelen en ook bij mensen die tientallen jaren doof geweest zijn worden toch vaak heel goede resultaten bereikt. Ik heb er in het ziekenhuis wel een nacht over liggen malen, maar heb nu zoiets van 'we zien wel, het is zoals het is en we maken er het beste van'. Ik hoop dat ik dat kan volhouden. Naar aanleiding van de nacht 'malen' zei Han: 'Denk vooral dit:"over zes weken kan ik weer (gaan) horen" '.
Op woensdag werd ik dus geopereerd. Het is een lange operatie - ruim drie uur. Toen ik weer wakker werd op de uitslaapkamer was ik niet misselijk en niet duizelig en voelde geen pijn. Ik heb direct aan mijn gezicht gevoeld: gelukkig niet scheef. Terug op de zaal was Han na een korte tijd al aanwezig. Ik heb wat gegeten, wat er trouwens na een uur alweer uitkwam. Verder deze en de volgende dagen geen misselijkheid, etc. en weinig pijn, ook met een minimum gebruik van pijnstillers. Een drukverband om het hoofd was warm. Dat heeft er tot het verlaten van het ziekenhuis gezeten.
Donderdagochtend kon ik het bed al uit naar de wc. Veel slapen, wat lezen en tv-kijken.En vooral veel drinken.
Hoe goed de verzorging in het ziekenhuis ook was, het thuiskomen was weer heerlijk. Zaterdag hebben we alweer een rondje buiten gelopen. Dat willen we zoveel mogelijk elke dag even doen. Immers: 'Van buiten word je beter', zoals de titel van een publicatie van de Gezondheidsraad luidt. De wond – een flinke jaap – en het oor worden alleen voor als je buiten bent afgedekt met een zwart lapje zoals eenogige zeerovers voor hun lege oogkas dragen. Verder is er geen verband meer. Volgende week maandag moet ik voor controle naar Utrecht.
De reacties van veel mensen hebben mij heel goed gedaan: op 20 oktober waren mensen er op hun eigen manier mee bezig: aan me denken, een kaarsje opsteken, bidden. Onder degenen die dat niet expliciet lieten weten via de mail of door het sturen van een kaartje waren er denk ik ook mensen die ermee bezig waren. Theoloog, pastor en verzetsman Dietrich Bonhoeffer – wiens brieven en aantekeningen uit de gevangenis, gepubliceerd onder de titel 'Verzet en overgave' voor mij van grote betekenis zijn geweest – heeft het in een gedicht over 'goede machten' waardoor hij zich omgeven voelt: de mensen die zich met hem verbonden weten. De vergelijking met Bonhoeffer gaat natuurlijk mank, maar zoiets heb ik toch wel ervaren.
Ik houd jullie verder op de hoogte, als er weer iets te melden valt.
Groeten van
Kees Both









