Behandeling van plots- en laatdoofheid

Behandeling van plots- en laatdoofheid is slechts beperkt mogelijk. Vaak betekent doof worden er mee leren leven. In een klein aantal gevallen treedt spontaan (een gedeeltelijk) herstel op. Veel behandelingsmogelijkheden zijn bedacht en verworpen omdat ze weinig zinvol bleken. Soms wordt bij plotseling gehoorverlies bedrust in combinatie met bloedverdunners (aspirine) of corticosteroïden (prednison) toegepast.

Bloedverdunnende middelen zijn bedoeld om de doorbloeding van de bloedvaten in het binnenoor te bevorderen. Mogelijk kan sprake zijn van een vernauwing van de bloedvaten of trombose. Corticosteroïden worden toegepast als er sprake is van een virusinfectie als oorzaak van het plotselinge gehoorverlies.

Met een cochleair implantaat wordt de gehoorzenuw geprikkeld zodat op opnieuw klanken, geluiden en spraak kan worden waargenomen.

Onderzoek behandeling plotsdoofheid AZG

Het Academisch Ziekenhuis in Groningen (AZG) is gestart met een onderzoek naar mogelijke behandeling van plotsdoofheid met Pulse Therapie (zie artikel). Bij deze prospectieve, gerandomiseerde, dubbelblinde multicenter klinische trial worden de resultaten van een gewone doses prednison vergeleken met hoge doses, die discontinu en binnen een korte periode worden toegediend.

Alle academische ziekenhuizen doen mee aan dit onderzoek. Het onderzoek wordt gecoördineerd door het AZG. Patiënten kunnen op 3 manieren meedoen aan het onderzoek:

Een patiënt dient te voldoen aan de volgende voorwaarden om te kunnen deelnemen aan het onderzoek. Deze criteria moeten eerst worden onderzocht door een KNO-arts.

  1. Het gehoorverlies moet binnen 24 uur (of sneller) zijn ontstaan.
  2. Het gehoorverlies mag niet langer dan 14 dagen geleden zijn opgetreden.
  3. De oorzaak van het gehoorverlies moet onbekend zijn.
  4. De patiënt mag geen andere ziektes of operaties aan het dove oor hebben gehad in het verleden.
  5. Er mag geen behandeling hebben plaatsgevonden voor de plotselinge doofheid.
  6. Leeftijd boven de 18 jaar.
  7. De medicijnen mogen geen gevaar betekenen voor de gezondheid van de patiënt.