De Wet REA

Sinds 1 juli 1998 is de wet REA (reïntegratie arbeidsgehandicapten) van kracht. De wet is bedoeld om werkgevers te stimuleren arbeidsgehandicapten in dienst te nemen of te houden. De wet is zowel van toepassing op arbeidsgehandicapten die opnieuw aan het werk willen (reïntegratie), als voor mensen die nog nooit hebben gewerkt (integratie).

Via de wet REA kan subsidie worden aangevraagd voor de noodzakelijke voorzieningen op de werkplek. Noch de werkgever noch de werknemer hoeft dus zelf de werkplekaanpassing te betalen. Van de subsidie kunnen bijv. een teksttelefoon en een waarschuwingssysteem worden aangeschaft.

Arbeidsgehandicapt

Voorwaarde om in aanmerking te komen voor vergoeding via de Wet REA is dat moet worden vastgesteld dat iemand arbeidsgehandicapt is. Een arbeidsgehandicapte is iemand die door ziekte of gebrek verminderde kansen heeft op de arbeidsmarkt. Anders gezegd: iemand die door ziekte of gebrek niet (meer) in staat is om zijn oude werk te hervatten of om nieuw werk te vinden. Zoals bijvoorbeeld chronisch zieken en mensen met een zichtbare of niet zichtbare handicap.

Een arbeidsgehandicapte is iemand:

In alle andere gevallen is een medisch-arbeidskundige beoordeling nodig of iemand arbeidsgehandicapt is. Tot 5 jaar nadat de uitkering is beëindigd, blijft iemand voor de wet arbeidsgehandicapt en kan hij/zij dus gebruik maken van de wettelijke middelen en mogelijkheden voor arbeidsgehandicapten.

Premiekorting

Per 1 januari 2002 is de Wet REA aangepast. Werkgevers die een arbeidsgehandicapte werknemer in dienst nemen, hebben recht op een korting op de door de werkgever verschuldigde WAO en WW premie. De premiekorting is aan te vragen bij de UWV (Uitvoering Werknemers Verzekering).

Als een arbeidsgehandicapte in zijn/haar oude functie terugkomt of een andere functie binnen dezelfde organisatie vervult, dan heeft de werkgever (binnen 1 jaar) recht op een éénmalige premiekorting van € 2.042,--.
Als een werkgever een arbeidsgehandicapte in dienst neemt, dan heeft de werkgever gedurende drie jaar recht op een premiekorting. De werkgever ontvangt driemaal € 2.042,--.

Als de werknemer minder dan 50% van het wettelijk minimum jeugdloon verdient, dan krijgt de werkgever een premiekorting van € 454,--. Als de werknemer jonggehandicapt is, dan wordt de korting verhoogd met € 1.361,-- per jaar.

Subsidie voor extra kosten

Wanneer een werkgever daarnaast kosten moet maken voor reïntegratie, dan kan hij een vergoeding van meerkosten aanvragen. D.w.z. voor de kosten die hoger zijn dan het bedrag dat de werkgever bespaart door de premiekorting. Bovendien kan de werkgever in aanmerking komen voor (meeneembare) aanpassingen van de werkplek.

Voorzieningen op de werkplek

Een werknemer kan in aanmerking komen voor voorzieningen op de werkplek. Dit zijn meeneembare voorzieningen (zoals een teksttelefoon en een waarschuwingssysteem) of de inzet van een tolk, persoonlijke ondersteuning of vervoer naar het werk.

Doven en ernstig slechthorenden komen in aanmerking voor vergoeding van tolkuren in de werksfeer en/of in de onderwijssfeer. In de werksfeer geldt een recht op vergoeding van maximaal 15% van het totaal aantal uren dat iemand werkt. U moet hiervoor zelf een aparte toekenning voor tolkuren in de werksfeer aanvragen bij het UWV. Dit geldt ook voor een tolkvoorziening in de onderwijssfeer (zie ook hieronder). Zie over hoe dit te doen onder een tolkvoorziening aanvragen.

Financiële risico's voor de werkgever afgedekt: no-risk polis

Als een werknemer binnen 5 jaar ziek of arbeidsongeschikt wordt, dan hoeft de werkgever geen kosten te maken. Het ziektegeld waar de werknemer in het eerste jaar recht op heeft, wordt niet door de werkgever maar door het UWV betaald. En als de werknemer na 1 jaar recht heeft op een WAO-uitkering, dan wordt deze niet doorberekend aan de werkgever in de gedifferentieerde WAO-premie.

Proefplaatsing en loonsuppletie

Met de wet REA is het mogelijk om zes maanden met behoud van uitkering op proef te werken voor een potentiële werkgever. Daarnaast kunnen arbeidsgehandicapten onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor aanvulling op het loon (loonsuppletie), als werk tegen een lager loon is aanvaard dan wat hij of zij eigenlijk zou moeten verdienen. Hierbij wordt uitgegaan van de theoretische verdiencapaciteit. Dit is het loon dat de arbeidsgehandicapte op basis van bekwaamheden en krachten zou moeten kunnen verdienen. Deze verdiencapaciteit wordt vastgesteld tijdens de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling. De loonsuppletie bedraagt maximaal 20% van de theoretische verdiencapaciteit en wordt gedurende een termijn van 4 jaar langzaam afgebouwd.

Voorzieningen voor scholing

Iemand die een WAO-uitkering heeft, mag (als er toestemming is van het UWV) een scholing of opleiding volgen. Gedurende deze periode wordt het recht op een ongewijzigde WAO-uitkering behouden. De hoogte van de uitkering mag pas worden herzien op het moment dat iemand meer kans heeft op werk.
Het volgen van een opleiding is echter ook niet meer zonder meer mogelijk als u doof geworden bent. Daarom heeft u ook in het onderwijs recht op vergoeding van voorzieningen. Als u voltijds of deeltijds een reguliere (beroeps)opleiding volgt, dan heeft u recht op vergoeding van hulpmiddelen. Technische hulpmiddelen, zoals solo-apparatuur, worden in bruikleen gegeven of volledig vergoed via het ziekenfonds. Andere hulpmiddelen, zoals de inzet van een tolk, zijn natuurlijk ook mogelijk. Het UWV beslist of u in aanmerking komt voor een tolkvoorziening in de onderwijssfeer en voor hoeveel uren. Vaak moet worden aangetoond dat de opleiding die men wil volgen, de kansen op de arbeidsmarkt verbetert.
Voor cursussen die u voor uw werk moet volgen, is het vaak wel mogelijk (extra) hulpmiddelen of extra tolkuren vergoed te krijgen. Dit moet dan via het werk (UWV) geregeld worden.
Voor cursussen die u wilt volgen om persoonlijke redenen, worden over het algemeen geen vergoedingen voor hulpmiddelen verstrekt. Dit zult u dus zelf moeten bekostigen. Wel kunt u tolkuren in de leefsfeer hiervoor gebruiken.

Budget, krediet en toetrederskorting

Momenteel wordt geëxperimenteerd met persoonsgebonden reïntegratiebudgetten voor werkloze arbeidsgehandicapten, waarmee diensten bij een reïntegratie bedrijf kunnen worden ingekocht (regio Haaglanden, Maastricht en Midden Nederland).
Voor arbeidsgehandicapten in dienst van een werkgever bestaat ook de mogelijkheid tot een persoonsgebonden reïntegratiebudget. Voorwaarde is wel dat de werknemer niet kan terugkeren bij de eigen werkgever.

Iemand die een nieuwe baan vindt, komt in aanmerking voor een toetrederskorting. Dit is een korting via de belasting. De korting is maximaal € 2.269,--, verdeeld over 3 jaar (eerste jaar € 1.361,--, tweede jaar € 454,--, derde jaar € 454,--). Voorwaarde is dat minstens 50% van het minimumloon (€ 7.360,--) wordt verdiend en het mag geen gesubsidieerde baan zijn. Verder gaat het recht pas in na een aangesloten periode van 6 maanden werken.

Voor arbeidsgehandicapten die een eigen bedrijf willen beginnen, bestaat een aantal tegemoetkomingen waaronder de mogelijkheid tot het krijgen van een starterskrediet.

Voor meer info kan contact worden opgenomen met het UWV.